Platdakisolatie met helling EUROTHANE Bi3A op houten draagstructuur voor daken met een geringe waterafvoer en partieel gekleefde bitumineuze dichtingslaag door middel van de lasmethode
| Download hier de bestektekst DOC (26,5 kb) |
De thermische isolatie zal uitgevoerd worden met platen in hard polyurethaanschuim (EUROTHANE Bi-3A), met een volumegewicht in de kern van ± 30 kg/m³.
De platen zijn aan beide zijden bekleed met een gebitumineerd glasvlies.
De platen hebben een technische goedkeuring en een CEN Keymark. Hierdoor zijn zij onderworpen aan een permanente kwaliteitscontrole uitgevoerd door een erkend organisme.
De productie van deze isolatieplaten is gecertificeerd volgens ISO 9001:2000.
De gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt λD = 0,027 W/mK voor diktes > 60 mm, en O,028 W/mK voor diktes ≤ 60 mm.
De druksterkte bij 10% vervorming: > 120 kPa (1,2 kg/cm²).
De afmetingen van de platen zijn 1200 mm x 600 mm. De dikte varieert in de lengterichting.
Het afschot bedraagt : 1/60 OF 1/80
De isolatieplaten worden:
- of volledig op de dampremmende laag gekleefd door middel van een laag warme bitumen
- of mechanisch bevestigd in het draagvlak met minstens vier schroeven per paneel. Het juiste aantal bevestigingen zal bepaald worden in functie van de kwaliteit van de bevestigingsmiddelen en van het draagvlak en van de windbelastingen.
Voorafgaandelijk plaatst men op de houten ondergrond:
- een scheidingslaag bestaande uit een ruw glasvlies of polyestermat
- een onderlaag P150/16, gewapend bitumen met polyestermat, genageld op de ondergrond
- een dampremmende laag gekleefd volgens de giet- of lasmethode.
De platen worden met gesloten voegen geplaatst. De waterdichte bedekking wordt onmiddellijk na de plaatsing van de isolatie aangebracht.
- of: Op de isolatiepanelen wordt een geperforeerde bitumineuze laag aangebracht, geschikt voor toepassing van de brandmethode. De bitumineuze dakbedekking wordt hierop volledig gelast.
- of: Aanbrengen op de isolatieplaten van een eerste gewapend bitumenlaag aan de onderzijde voorzien van een "snellasstrepen of -punten". Het membraan wordt door licht aanvlammen met de zachte vlam van de brander partieel gekleefd op de isolatieplaten. De toplaag wordt hierop volledig gelast.
De noodzaak van een dampremmende laag zal bepaald worden door berekening ofwel volgens de Technische Voorlichting 215 "HET PLATTE DAK" van het WTCB. De specifieke richtlijnen vervat in de Technische Goedkeuring van het isolatiemateriaal zijn van toepassing; bij het ontbreken ervan zijn de algemene bepalingen van de NOTA 215 te volgen.
Een legplan, opgemaakt door de fabrikant van de isolatiepanelen, zal voorgelegd worden voor de aanvang der werken. Dit zal opgemaakt worden in functie van:
- de afmetingen van het dak
- de plaats van de waterafvoerpunten
- de minimum gemiddelde dikte
Volgende aantallen en diktes zullen gebruikt worden:
|
Minimale dikte |
Maximale dikte |
Aantal (1/80)
|
Aantal (1/60) |
||
|
|
|
80A = |
|
60A = |
|
|
|
|
80B = |
|
60B = |
|
|
|
|
80C = |
|
60C = |
|
|
|
|
80D = |
|
60D = |
|
|
|
|
60mm = |
|
81mm = |
|
