Internationaal expert prof. dr. Wolfgang Feist over passiefbouwen

Zelfs héél oude woningen kunnen op voortreffelijke wijze passief gerenoveerd worden.


Lees hier meteen het volledige interview met prof. dr. Wolfgang Feist.


prof. dr. Wolfgang Feist

    

Met  passiefbouwen  gebeurt  er  principieel niks nieuws. Het gebouw blijft gewoon een gebouw! Passiefbouwen is de eenvoudigste  en  goedkoopste  manier  van  energiebesparing.  Bovendien  worden  duurzame oplossingen ingebracht in onze gebouwde omgeving.


“De  allereerste  woning  die  volgens  het  passiefbouwen-principe werd gebouwd, bestaat nog altijd. Hij staat in de buurt van ons instituut in Darmstadt in Duitsland. Nu, twintig jaar na de bouw, heeft het energieverbruik van die woning nog altijd hetzelfde lage niveau. Dat is een erg plezierig verhaal. De woning werd destijds gerealiseerd  als  wetenschappelijk  onderzoeksproject.  Over  de resultaten zijn we altijd transparant geweest. Ze waren voor iedereen beschikbaar, zoals dat hoort in de wetenschap. We hebben geregeld aanvullend onderzoek gedaan en ook de resultaten dáárvan waren voor ieder toegankelijk”.
Met  dat  voorbeeld  maakt  prof.  dr.  Wolfgang  Feist  duidelijk,  dat passiefbouwen geen kwestie is van ‘voor’ of ‘tegen’. Uitkomsten liegen immers niet. “Ik heb nooit begrepen, waarom daarover discussie zou moeten zijn. Energiebesparing is op termijn sowieso nodig. Dus waarom zou je het dan niet op de goedkoopste en efficiëntste manier doen?”.

Investering terugverdienen

"Met passiefbouwen blijft het gebouw gewoon een gebouw."      Op de vraag waarom het passiefbouwen in veel Europese landen (waaronder Nederland) dan niet sneller van de grond komt, heeft hij geen sluitend antwoord. “De argumenten die ik het vaakst hoor, is  dat  passiefbouwen  te  duur  is.  Maar  dat  kan  geen  argument zijn: het is eenvoudig te weerleggen.

De investering in een passiefgebouwde woning is op dit moment zo’n 10.000 tot 15.000 euro hoger ten opzichte van een standaardwoning. Dat is alles. Maar die meerkosten worden in ijltempo terugverdiend door een minuscule energienota. Bovendien is een passiefwoning door zijn aard kwalitatief veel beter. Overigens heb ik er geen belang bij, dit betoog te houden. Wij  onderzoeken  en  promoten  de  passiefbouw-methode.  We zijn geen commercieel belanghebbende. Dat willen we niet zijn, en  niet  worden  ook.  De  passiefbouw-kennis  is  er,  de  oplossingen voor het wereldenergievraagstuk zijn er, ze moeten alleen op grotere schaal ingang vinden. Wij stellen ons als instituut passief op in dat proces: we lobbyen niet, we komen uitsluitend als we gevraagd worden”.

Wetenschappelijk directeur

Bouwfysicus professor Feist is in de wereld dé expert op het terrein van passiefbouwen. Hij was in de jaren tachtig van de vorige eeuw al betrokken bij de formulering van de standaarden voor een passiefwoning.  Tien  jaar  later  werd  -op  initiatief  van  een  groep ingenieurs, wiskundigen en bouwfysici- het Passivhaus Institut in Darmstadt (Dsl) opgericht, waar hij wetenschappelijk directeur is. Nog later kreeg hij ook een benoeming tot hoogleraar aan de universiteit van Innsbruck (Oostenrijk). Hij combineert beide functies nog altijd.

Slim ontwerp

Volgens  de  normen  van  het  toonaangevende  Passivhaus  Institut  is  een  passiefwoning  zeer  energiezuinig  als  gevolg  van  een slim ontwerp (ramen gericht op de zon), een optimale isolatie en een effectieve kierdichting. De woningschil kent geen koudebruggen. Voor ruimteverwarming wordt gebruik gemaakt van passieve warmtebronnen,  zoals  zoninstraling,  huishoudelijke  apparatuur, maar ook de lichamen van de bewoners. Allemaal geven ze (bruikbare) warmte af. Om die warmte te gebruiken is wél een uitgekiende luchtcirculatie vereist. Ventilatie geschiedt door mechanische toevoer en afvoer van lucht, met warmteterugwinning.      "Passiefbouwen: de eenvoudigste en goedkoopste manier van energiebesparing."

Een passiefhuis dat aan deze specificaties voldoet, heeft voor zijn ruimteverwarming hooguit 15k/W per m² vloeroppervlak per jaar nodig.  Het  jaarlijkse  primaire  energieverbruik  (verwarming,  koeling, ventilatie, verlichting, huishoudelijke apparatuur) blijft beperkt tot maximaal 120 kWh/m². Professor Feist over deze cijfers: “Er bestaat een groot verschil tussen wat de mensen dénken dat passiefbouw kan realiseren en datgene wat wérkelijk wordt gereali
seerd”.

Chinese regering

Als  de  grondlegger  van  de  passiefbouw  in  Europa  wordt  doorgaans professor Bo Adamson van de universiteit van Lund (Zweden) beschouwd. Hij was in de jaren ‘60 al de leidende wetenschapper  op  het  gebied  van  energie-fficiency.  Wolfgang  Feist werkte destijds zeer nauw met het samen.

Lund werd in de jaren zestig door de Chinese regering om advies gevraagd, omdat het volk op het platteland in opstand dreigde te komen vanwege het gebrek aan kolen voor woningverwarming. Het verwarmen van woningen en kantoren met kolen was streng verboden. De kolen waren allemaal bestemd voor de industriële bedrijvigheid. En andere brandstof dan kolen was er niet. Professor Adamson adviseerde de Chinese regering toen, de woningen
en de kantoren te renoveren zonder verwarming toe te voegen: het principe van de passiefbouw. Er kwam een grootschalige renovatiegolf op gang volgens de passiefnormen van vandaag. De binnentemperatuur van de woon- en werkgebouwen liep op van gemiddeld  10°C  naar  gemiddeld  15°C.  “Regering  blij,  burgers blij”, aldus professor Feist. “Vanaf dat moment werd ook Europa wakker”.

Multifunctioneel woongebouw Nimmerdor, Grijpskerke

De voorbeelden

Intussen staan in de wereld enkele tienduizenden passiefwoningen, de meeste in Duitsland. Op eerbiedige afstand
volgen  Zwitserland,  Oostenrijk  en  Zweden.  Nederland  en België tellen enkele voorbeeldprojecten van utiliteitsgebou
wen, maar ook woningcorporaties renoveren hun bezit volgens het passiefbouwen-principe. Roosendaal (Aramis) was
een van de eerste, in de woonwijk De Kroeven. Isolatiefabrikant Recticel Insulation en keramisch bouwmaterialenfabri
kant Wienerberger investeerden als twee toonaangevende leveranciers in elkaar met het massief passief huis als resultaat. In Bottelare (België) bij Gent staat sinds 2008 het allereerste in zijn soort. Het huis is in 2010 gecertificeerd. Onder meer werd ook een massief passief hotel ‘Eco-Logies’ gezamenlijk ontwikkeld in Heusden-Zolder (België). Ook in de eerste CO2-neutrale straat van Nederland (Bakkersland in  Grijpskerke,  Gemeente  Veere  in  Zeeland)  bundelden
Recticel Insulation en Wienerberger hun kennis en ervaring. Volgens de bouwmethodiek ‘massief passief bouwen’ rea-
liseerden zij dit eerste grootschalige project in ons land, dat vooruitloopt op de wettelijke plicht om vanaf het jaar 2020
nog  uitsluitend  nul-energiewoningen  te  bouwen:  Woonzorgcomplex Nimmerdor bestaande uit 23 woningen werd
aan de ene zijde van de straat gebouwd en 19 koopstarterwoningen aan de overzijde.

“Volkomen logisch”, zegt prof Feist. “Passiefbouwen is de eenvoudigste  en  goedkoopste  manier  van  energiebespa-
ring. Bovendien worden duurzame oplossingen ingebracht in onze gebouwde omgeving. Er verandert helemaal niets,
hoor. Het gebouw blijft gewoon een gebouw! Je hebt nog altijd  muren,  een  fundament,  een  dak,  een  plafond.  Met
passiefbouwen gebeurt er principieel niks nieuws. Zelfs héél oude woningen kunnen op voortreffelijke wijze passief gerenoveerd worden”.

“En voor wie het niet gelooft: er zijn intussen meer dan genoeg voorbeelden voorhanden. Het is goed om sceptisch te
zijn over passiefbouwen, maar het is niet nodig”.

Print Send to friend