Powerroof-systeem

Terug naar overzicht

A. Algemeen 
             1. Klassieke uitvoering
             2. 'Sarking'-systeem
B. POWERROOF®
                  
1. Het POWERROOF®-paneel
            2. De uitvoering
C. Uitvoeringsdetails
            1. Gootaansluitingen
            2. Nokaansluitingen
            3. Schoorsteenaansluitingen
            4. Dakraamaansluitingen
            5. Dakrand
            6. Muuraansluitingen
            7. Bevestiging van zonnepanelen


A. ALGEMEEN

1. Klassieke uitvoering

- Bij de klassieke uitvoering (zie fig.1) isoleert men meestal tussen de draagconstructie.
- Het isolatiemateriaal, veelal minerale wol, wordt aangebracht tussen de spanten of de kepers van het dak, waarbij deze telkens een potentiële koudebrug kunnen vormen. Enerzijds door het geringe isolerend vermogen van hout (zie tabel) en anderzijds omdat een correcte plaatsing van de isolatie tussen kepers of spanten met soms onregelmatige tussenafstanden moeilijker is dan op het eerste zicht lijkt.
- Dit heeft tot gevolg dat het isolatieschild niet continu verloopt, wat tot koudebruggen kan leiden die zich na verloop van tijd zelfs aftekenen op de binnenafwerking van het dak.
- Bovendien moet onder de isolatie een bijkomend lucht- en dampscherm toegepast worden, zoniet bestaat de kans dat er condensatie optreedt in de constructie en dat de warmteverliezen stijgen door luchtlekken.
- Isoleren onderaan het dak gebeurt na het afdichten van het dak. Hierdoor werkt men in een meestal slecht geventileerde, gesloten zolderruimte waardoor het lichaam blootgesteld is aan toch vaak irriterende vezels.
- In ieder geval moet hier gekozen worden voor een isolatiemateriaal dat niet wegzakt door de dagelijkse trillingen van het gebouw.

Isolatie, klassieke uitvoering
Fig. 1: Klassieke uitvoering

 1 Dakpan
 2 Panlat
 3 Tengellat
 4 Onderdak
 5 Spant
 6 Dakisolatie
 7 Lucht- en dampscherm

Tabel: benodigde dikte (mm) voor het bekomen van een thermische weerstand RC-waarde van 3,5 m2K/W

  λ-waarde BENODIGDE DIKTE
POWERROOF® 0,024 W/mK 90 mm
POLYURETHAAN* 0,028 W/mK 100 mm
EPS* 0,040 W/mK 140 mm
MINERALE WOL* 0,040 W/mK 140 mm
HOUT* 0,120 W/mK 420 mm

* waarde vermeld in NBN B62-002

2. Het ’SARKING’-systeem

- De POWERROOF® isolatieplaten worden aan de bovenzijde van de draagconstructie bevestigd.
- Een groot voordeel is dat men op die manier de gekende problemen van een klassieke uitvoering kan vermijden.
- Zelfs bij onregelmatige tussenafstanden van spanten of kepers verzekert deze manier van werken de continuïteit van het isolatieschild, wat koudebruggen uitsluit.

Isolatie, SARKING-systeem
Fig. 2: 'SARKING' systeem

 1 Panlat
 2 Tengellat
 3 RECTIVENT®-onderdakfolie
 4 POWERROOF® dakisolatie
 5 Spant
 6 Folie (luchtdicht maken)

- Een juiste uitvoering blijft natuurlijk onontbeerlijk.
- Bovendien betekent het SARKING-systeem een extra thermische bescherming voor de dragende elementen van het dak. Deze worden immers op dezelfde wijze als de rest van de woning geïsoleerd.
- Het isolatiemateriaal dient voor deze uitvoering aan enkele vereisten te voldoen:
• Vormvastheid: vermijden van ontoelaatbare doorbuigingen van het isolatiemateriaal
• Drukvastheid: voorkomen van ontoelaatbare samendrukkingen als gevolg van de dakbelastingen (pannen, sneeuw, wind)
• Warmteweerstand: voldoende hoge warmteweerstand (R) of lage lambda-waarde (λ).
Een materiaal dat aan deze vereisten probleemloos voldoet is POWERROOF®, vooral omwille van zijn:
- vochtbestendigheid en dimensionele stabiliteit
- hoge drukvastheid (gemiddeld 1,5 kg/cm2 bij 10% vervorming)
- lage lambda-waarde (0,024 W/mK)
- tand- en groefverbinding
- waterdichte toplaag met overlap type RECTIVENT®
- verbeterde luchtdichtheid -> tand – en groefverbinding rondom (indien nodig kunnen de voegen ook afgeplakt of met kit dichtgemaakt worden)

B. POWERROOF®

1. Het POWERROOF® – paneel (zie fig. 3)

- POWERROOF® is speciaal ontwikkeld voor de isolatie van hellende daken met het Sarking-systeem.
- POWERROOF® is een isolatieplaat met een kern in Taufoamby RECTICEL, (hard polyisocyanuraatschuim met bijzondere celstructuur), bekleed aan beide zijden met een licht gewafelde aluminiumfolie van 50µ (diktes 60-100 mm) of meerlagen complex (diktes > 100 mm-160 mm).
- Het Taufoamby RECTICEL heeft een verbeterde brandreactie A1 volgens KB 19/12/1997.
-Bovenop het POWERROOF®-paneel wordt een waterdichte maar dampopen onderdakfolie RECTIVENT® aangebracht. Deze folie vervult de functie van onderdak aan de bovenzijde van de isolatie. Hierdoor ontstaat een snelle waterdichte afscherming van de constructie. Het POWERROOF®-paneel vervult dus gelijktijdig de functie van isolatie en van onderdak.
- Het paneel is eveneens voorzien van tand- en groefverbinding wat de continuïteit van het isolatieschild verzekert en bijgevolg condensatieproblemen vermijdt.
- Het paneel is standaard 60, 80 of 100 mm dik. Afmetingen: 1200 mm x 2500 mm; voor diktes > 100 mm: 1200 mm x 2400 mm.

powerroof paneel

- Dankzij de uitstekende isolatiewaarde van POWERROOF® kan met een minimale dikte een maximum aan isolatie en comfort gerealiseerd worden.
- Om tegemoet te komen aan de hogere eisen inzake isolatie, zijn grotere diktes op bestelling verkrijgbaar (120, 140, 160, 180 mm).

 

Isolatie, powerroof-paneel

RD-WAARDE
POWERROOF® 60mm 2,50 m2 K/W
POWERROOF® 80mm 3,30 m2 K/W
POWERROOF® 100mm 4,15 m2 K/W
POWERROOF® 120mm 5,00 m2 K/W
POWERROOF® 140mm 5,80 m2 K/W
POWERROOF® 160mm 6,65 m2 K/W

POWERROOF® isolatiepanelen zijn uiterst licht: 6 tot ... kg per plaat afhankelijk van de gebruikte isolatiedikte.


2. De uitvoering

2.1. Bevestigingswijze

- De bevestiging van de tengellatten door de isolatieplaten heen op de onderliggende dakstructuur wordt gerealiseerd door een unieke schroef die speciaal door RECTICEL Insulation werd ontwikkeld.
- De keuze van het type schroef RECTIFIX® en bevestigingspatroon is bepaald door de hier opgegeven parameters.

 

- Schroeven - RECTIFIX®:
Isolatiedikte 60 mm = 7 x 150
Isolatiedikte 80 mm = 7 x 170
Isolatiedikte 100 mm = 7 x 190
Isolatiedikte 120 mm = 7x 210
Isolatiedikte 140 mm = 7 x 230
Isolatiedikte 160 mm = 7 x 250
Isolatiedikte 180 mm = 7 x 270
Isolatiedikte 200 mm = 7 x 290 

2.2. Bevestigingspatroon

Voor de bepaling van het aantal en de lengte van de schroeven, alsook voor de manier van schroeven en de onderlinge afstand ervan, is rekening gehouden met de hieronder beschreven parameters.

Algemeen

 

 

 

Dakhelling 

Dikte POWERROOF®

Max. nokhoogte

Max. dakvlaklengte

Tussen 25° en 60°

Tussen 60 mm en 200 mm

10 m

12 m (gemeten van goot tot nok)

Massa's

 

Dakbedekking

Tengellatten

550 N/m² (55 kg/m²)

25 N/m² (2,5 kg/m²)

Weer en Klimaat

 

Sneeuwlast

Windlast

Basissneeuwlast 700 N/m² (70 kg/m²)

1,023 kN/m² (Klasse I)


1. Definitie randzone:

Om het werken te vereenvoudigen en moeilijke berekeningen op de bouwplaats te vermijden, is er gekozen om te werken met één algemene rand- en hoekzone.

Voor de randzone wordt één uniforme definitie gehanteerd en steeds eenzelfde breedte toegepast (nok, dakvoet, gevel etc.).

2. Voetbalk

Houtsecties

 

 

Plaatsing voetbalk

Materiaal

Verplicht

Hout

Dikte voetbalk

Breedte voetbalk

Gelijk aan de dikte POWERROOF®

175 mm

De voetbalk wordt geplaats parallel aan de nok en op elke verbinding met de onderconstructie geschroefd met RECTIFIX® schroeven.

3. Schroefgegevens
   

Treksterkte staal

Buighoek schroef

Min. inschroefdiepte

660 N/mm²

30 graden of meer

60 mm

4. Max. H.O.H. afstanden

RECTIFIX® schroeven
Onderconstructie

600 mm

600 mm

5. Aantal schroeven per m²

Af te lezen uit onderstaande tabel in functie van isolatiedikte en dakhelling.

  60 mm 80 mm 90 mm 100mm 120 mm 140 mm 160 mm 180 mm 200 mm
25° 2,78 2,78 2,78 2,78 2,78 2,78 2,78 2,78 2,78
30° 2,78 2,78 2,78 2,78 2,88 3,29 3,70 4,14 4,89
35° 2,78 2,78 2,83 3,07 3,56 4,07 4,59 5,13 5,69
40° 2,78 2,98 3,15 3,42 3,97 4,55 5,14 5,75 6,39
45° 2,78 2,99 3,27 3,55 4,14 4,74 5,37 6,02 6,69
50° 2,78 2,99 3,27 3,55 4,14 4,74 5,37 6,02 6,69
55° 2,78 2,99 3,27 3,55 4,14 4,74 5,37 6,02 6,69
60° 2,78 2,99 3,27 3,55 4,14 4,74 5,37 6,02 6,69

Opmerking:

1. Aantal schroeven per m² in randzone: nominaal aantal schroeven per m² x 1,5.
2. Randzones van lessenaarsdaken van 30 graden of minder, hier is het aantal schroevern per m² het nominaal aantal per m² x 2. 
detail met schroeven

2.3. Praktische uitvoering

- Er wordt een folie geplaatst op de spanten om de luchtdichtheid te verzekeren.
- Onderaan de dakconstructie wordt op de spanten een plank (voetbalk) geschroefd parallel aan de nok. De dikte van deze plank komt overeen met de dikte van het gebruikte POWERROOF®-paneel. Daartegen wordt het eerste paneel aangebracht. In de meeste gevallen zal deze plank bovendien functioneren als bevestigingszone voor de dakafvoersystemen.
- Indien het dak een grote, niet-geïsoleerde oversteek heeft, kan men dit gedeelte voorzien van balkjes die op de spanten genageld worden zodat dezelfde dikte van de isolatielaag bekomen wordt.
- Alvorens de werken te starten, dient de uitvoerder eerst zijn exacte beginpunt te bepalen om achteraf onnodige versnijdingen van de panelen aan de nok en dakdoorsteken te vermijden.
- De POWERROOF®-panelen worden horizontaal op de draagconstructie bevestigd, vanaf de voetbalk naar de nok toe. De POWERROOF®-panelen worden dus van links naar rechts verlegd. De lengte van het eerste paneel wordt gekozen in functie van de totale te isoleren dakbreedte, zodat kleine stukken op het einde vermeden worden. De verticale voegen tussen de panelen dienen niet ondersteund te worden.
- De POWERROOF®-panelen kunnen gemakkelijk met een gewone zaag verzaagd worden. Van de eerste rij POWERROOF®-panelen wordt de groef met een mes of zaag verwijderd, zodat ze volledig aansluiten op de beginplank. Bovendien zorgt de overlapping van de onderdakfolie ervoor dat ook deze aansluiting waterdicht wordt afgesloten. Tussen de voetbalk en het onderste POWERROOF®-paneel kan wat "low expansion" PU schuim aangebracht worden. Op deze wijze wordt een perfecte aansluiting van de eerste rij POWERROOF®-panelen op de voetbalk verzekerd.
- Men verlegt bij voorkeur eerst twee rijen POWERROOF®-panelen, daarna de onderdakfolie RECTIVENT®. De RECTIVENT® wordt uitgerold over de POWERROOF®-panelen.
- Het geheel wordt bevestigd via de tengellatten.
- De onderdakfolie zorgt ervoor dat zowel de horizontale als de verticale voegen worden afgedekt, zodat na het plaatsen van het isolatiesysteem het dak waterdicht is.
- Het tand- en groefsysteem rondom garandeert een hogere luchtdichtheid van het POWERROOF®-paneel.
- Bij dakonderbrekingen, schoorsteen, dakramen, kilgoten e.a. dient ervoor gezorgd te worden dat de onderbrekingen in de onderdakfolie water- en luchtdicht afgewerkt worden, zie hiervoor o.a. de uitvoeringsdetails. Eventuele openingen tussen de POWERROOF-panelen onderling of met andere bouwdelen, dienen best opgespoten te worden met "low expansion" PU schuim alvorens de onderdakfolie te plaatsen.

2.4. Gegevens hout

2.4.1. Panlatten

De doorsnede van de panlatten is afhankelijk van de tussenafstand van de kepers of spanten, van het type dakpan of lei en van de dakhelling. Toepassing van het POWERROOF®-paneel vereist geen grotere doorsnede van de panlatten dan bij een traditionele opbouw. Ook het nagelen van de panlatten op de tengellatten gebeurt op dezelfde wijze.

2.4.2. Tengellatten

De sectie van de tengellatten wordt gekozen op basis van volgende criteria:
- voldoende dikte aangezien de panlatten op de tengellatten bevestigd worden.
- voldoende breedte zodat deze niet splijten bij het nagelen.
Deze criteria leveren volgende aanvaardbare dimensie op, nl.: 30 mm x 50 mm

C. Uitvoeringsdetails


1. Gootaansluitingen

1.1. Hanggoot zonder oversteek

 

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® dakisolatie
6. + 7. POWERROOF®systeem
8. Houten voetbalk
9. Spant
10. Afdichting muur/dak
11. Gevelsteen
12. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL
13. Houten muurplaat
14. Ringbalk
15. Dragende muur
16. Pleister
17. Isolatie dakvoet (tussen kepers of spanten)
18. Slab
19. Folie (luchtdicht maken)

1.2. Hanggoot bij een lage energiewoning

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® 80mm
8. POWERROOF® 100 mm
9. Keper
10. Houten bebording
11. Spant
12. Spouwisolatie met EUROWALL® 2x40 mm, naden afplakken: Rectitape®
13. Houten muurplaat
14. Ringbalk
15. Dragende muur
16. Gevelsteen
17. Pleister
18. Spouwhaak
19. Slab
20. Spondeplank
21. Folie (luchtdicht maken)

1.3. Hanggoot bij passiefwoning (grotere isolatiediktes)

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® 2 x 80 mm, naden dichtgekleefd
8. Keper
9. Spant
10. Spouwisolatie met EUROWALL® 2 x 82 mm, naden afplakken: Rectitape®
11. Houten muurplaat
12. Ringbalk
13. Dragende muur
14. Gevelsteen
15. Pleister
16. Spouwhaak
17. Slab
18. Spondeplank
19. Folie (luchtdicht maken)

1.4. Hanggoot met geïsoleerde oversteek

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® dakisolatie
6. + 7. POWERROOF®-systeem
8. Houten voetbalk
9. Spant
10. Afdichting muur/dak
11. Gevelsteen
12. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
13. Houten muurplaat
14. Ringbalk
15. Dragende muur
16. Pleister
17. Isolatie dakvoet (tussen kepers of spanten)
18. Slab
19. Folie (luchtdicht maken)

1.5. Bakgoot met niet-geïsoleerde oversteek

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® dakisolatie
6. + 7. POWERROOF®-systeem
8. Onderdak
9. Houten voetbalk
10. Keper
11. Spant
12. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
13. Houten muurplaat
14. Ringbalk
15. Dragende muur
16. Afdichting muur/dak
17. Gevelsteen
18. Pleister
19. Slab
20. Folie (luchtdicht maken)

1.6. Bakgoot

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Dakbedekking
2. Goot
3. Voetlat
4. Panlat
5. Tengellat
6. RECTIVENT® onderdakfolie
7. POWERROOF® dakisolatie
6. + 7. POWERROOF®-systeem
8. Houten voetbalk
9. Spant
10. Afdichting muur/dak
11. Gevelsteen
12. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
13. Houten muurplaat
14. Ringbalk
15. Dragende muur
16. Isolatie dakvoet (tussen kepers of spanten)
17. Pleister
18. Slab
19. Folie (luchtdicht maken)

1.7. Kilgoot

De POWERROOF®-panelen worden ter hoogte van de kilgoot afgeschuind. De zo ontstane ruimte wordt opgespoten met PUR schuim. Evenwijdig met de kilgoot worden twee panlatten (5) in de onderliggende spanten genageld. Tussen die latten wordt de zinkbekleding (4) gelegd. Tegen de latten wordt een kit of zelfklevende tape (6) aangebracht. Tussen de onderdakfolies (7) van de POWERROOF®-panelen wordt een strook folie (8) aangebracht die onder de goot doorloopt en daar aansluit met de tegenoverliggende POWERROOF®-panelen.

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Dakbedekking
2. Tengellat
3. Panlat
4. Goot
5. Keerlat
6. Afdichtingsstrip of kit
7. RECTIVENT® onderdakfolie
8. Folie
9. POWERROOF® dakisolatie
7. + 9. POWERROOF®-systeem
10. PUR opvulschuim
11. Kilgootbalk
12. Spantbeen
13. Folie (luchtdicht maken)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Kilgoot
2. Goot
3. Afdichtingsstrip of kit
4. Keerlat
5. Tengellat
6. POWERROOF®-systeem
7. Afwatering onderdak

 

 

Isolatie uitvoeringsdetails


2. Nokaansluiting

2.1. Nok in de mortel

De POWERROOF®-panelen ter hoogte van de nok worden afgeschuind volgens de hoek van de dakhelling. Eventuele naden of openingen ter hoogte van de ruiter worden opgespoten met PUR schuim.
Na het afvlakken van het gespoten PUR schuim en voor het aanbrengen van de tengellatten wordt een strook onderdakfolie over de aansluiting gelegd.

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Nokpan
2. Mortelspecie
3. Dakpan
4. Panlat
5. Tengellat
6. Strook RECTIVENT®
7. Vulschuim
8. RECTIVENT® onderdakfolie
9. POWERROOF® dakisolatie
8. + 9. POWERROOF®-systeem
10. Spant
11. Nokbalk
12. Folie (luchtdicht maken)

2.2. Droge plaatsing

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Nokpan
2. Ruiter
3. Nokprofiel
4. Dakpan
5. Panlat
6. Tengellat
7. Strook RECTIVENT®
8. Vulschuim
9. RECTIVENT® onderdakfolie
10. POWERROOF® dakisolatie
9. + 10. POWERROOF®-systeem
11. Spant
12. Nokbalk
13. Folie (luchtdicht maken)


3. Schoorsteenaansluitingen

Wanneer in een schoorsteen schouwelementen toegepast worden kan er voor de aansluiting POWERROOF® paneel - schoorsteen polyurethaanschuim uit spuitbussen gebruikt worden. Is dit niet het geval dan moet hier gebruik gemaakt worden van een strook minerale wol.
Voor de aansluiting van de schoorsteen op de pannen (leien) gebruikt men een loden slab en loket.
Boven de schoorsteen wordt het water van het daarboven gelegen onderdak via een schuingeplaatste tengellat tot voorbij de schoorsteenopening afgevoerd. De bovenkant van die keerlat wordt afgekit of voorzien van een afdichtstrip. Onder deze lat en evenwijdig met de schoorsteen zorgen de hulptengels ervoor dat het water tot voorbij de opening geleid wordt.

Isolatie uitvoeringsdetails

1. Gevelsteen
2. Schoorsteenelement
3. Waterkerende folie

 

4. Open stootvoeg
5. Loket
6. Loden slab
7. Dakpan
8. Gootje
9. Keerlat + afdichtingsstrip of kit
10. Panlat
11. Tengellat
12. RECTIVENT® onderdakfolie
13. POWERROOF® dakisolatie
12. + 13. POWERROOF®-stysteem
14. PUR schuim
15. Spant
16. Plank dakconstructie
17. Afdeklat
18. Isolerende blok
19. Pleister
20. Folie (luchtdicht maken)

 

 

1. Tengellatten
2. POWERROOF®-systeem
3. Hulptengel
4. Waterkering
5. Schoorsteenopening


4. Dakraamaansluitingen

Boven het dakvlakraam wordt het water van het daarboven gelegen onderdak via een schuin geplaatste tengellat tot voorbij het raam afgevoerd. De bovenkant van die keerlat wordt afgekit of voorzien van een afdichtstrip. Onder deze lat en evenwijdig met het raam zorgen de hulptengels ervoor dat het water tot voorbij de opening geleid wordt.

1. Tengellatten
2. POWERROOF®-systeem
3. Hulptengel
4. Waterkering
5. Dakraamopening
Isolatie uitvoeringsdetails

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Raamwerk
2. Dakpan
3. Beschermstrook
4. Schuimdichting + steun voor pannen
5. Panlat
6. Tengellat
7. Loden slab
8. Isolerend kader
9. Waterkering
10. RECTIVENT® onderdakfolie
11. POWERROOF® dakisolatie
10. + 11. POWERROOF®-systeem
12. Plank dakconstructie
13. Spant
14. Binnenafwerking
15. PUR-vulschuim
16. Folie (luchtdicht maken)


5. Dakrand

5.1. Langse doorsnede dakrand met oversteek

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Loden slab
2. Dakpan
3. Panlat
4. Tengellat
5. RECTIVENT® onderdakfolie
6. POWERROOF® dakisolatie
5. + 6. POWERROOF®-systeem
7. Constructielatten
8. Stormplank
9. Spant
10. Afwerkplanken
11. Spantversteviger
12. Gevelsteen
13. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
14. Dragende muur
15. PUR-vulschuim
16. Zetvoeg (kit)
17. Pleister
18. Folie (luchtdicht maken)

5.2. Langse doorsnede dakrand met randpan

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Dakpan
2. Druiplijst
3. Mortel
4. Panlat
5. Tengellat
6. Waterdicht membraan
7. RECTIVENT® onderdakfolie
8. POWERROOF® dakisolatie
7. + 8. POWERROOF® systeem
9. Spant
10. Dragende muur
11. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
12. Gevelsteen
13. PUR-vulschuim
14. Zetvoeg (kit)
15. Pleister
16. Folie (luchtdicht maken)


6. Muuraansluitingen

6.1. Muuraansluitingen met of zonder verholen goot

Isolatie uitvoeringsdetails
1. Dragende muur
2. Gedeeltelijke spouwisolatie met EUROWALL®
3. Gevelsteen
4. Loket
5. Verholen goot
6. Slab
7. Dakpan
8. Panlat
9. Tengellat
10. RECTIVENT® onderdakfolie
11. POWERROOF® dakisolatie
10. + 11. POWERROOF®-systeem
12. Spant
13. Isolerend blok
14. Pleister
15. Zetvoeg (kit)
16. Folie (luchtdicht maken)
17. PUR-vulschuim


7. Bevestiging van zonnepanelen

Voor de plaatsingsvoorschriften van de zonnepanelen wordt verwezen naar fabrikanten van de zonnepanelen.

Sommige zonnepanelen worden in het dak geïntegreerd, waardoor dakpannen vervangen worden door een reeks zonnepanelen. Onder de zonnepanelen dient voldoende verluchting aanwezig te zijn.

De plaatsingsvoorschriften van het POWERROOF®-systeem wijzigen niet.

Isolatie uitvoeringsdetails

 

Product           Powerroof
Bestektekst   Powerroof-systeem

 

 

 

 

Print Send to friend