Isolatie boven dakstructuur

Terug naar overzicht

Isolatie gemonteerd evenwijdig aan de gordingen

 

1. EUROTHANE
2. Staalconstructie
3. Houten gordingen
4. Stootvaste binnenwand
5. Tengellat
6. Dwarslat
7. Waterdichte tape
8. Waterdichte elastische laag
9. Buitenbekleding

Opmerking

Gordingafstand in functie van de nuttige breedte van de isolatieplaten. Breedte van de isolatieplaten in functie van de plaatdikte en type sponning: 1150 mm - maximum 1200 mm.
Randafwerking: zie verder.

Isolatie gemonteerd haaks op de gordingen

 

1. EUROTHANE
2. Staalconstructie
3. Houten gordingen
4. Stootvaste binnenwand
5. Tengellat
6. Dwarslat
7. Waterdichte tape
8. Waterdichte elastische laag
9. Buitenbekleding

Opmerking
Breedte van de isolatieplaten in functie van de plaatdikte en type sponning: minimum 1150 mm - maximum 1200 mm. Randafwerking: zie verder.

Isolatie bevestigd over de dakconstructie

 

1. Waterdichte, rekbare tape
2. EUROTHANE
3. Gording
4. Stoeltjesprofiel

De isolatie wordt bij voorkeur uitgevoerd met één plaatlengte, van de nok naar de goot.

Indien deze afstand te groot is, zorgt men er voor dat de kopse aansluiting ter hoogte van een onderliggende gording gerealiseerd wordt en aan de bovenzijde afgewerkt wordt met dezelfde tape (zie detail).

 Onder vezelcement

 Deze opbouw veronderstelt het gebruik van vezelcement golfplaten.
Voor de plaatsing van de golfplaten wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant.

Voor de gebouwen met binnenklimaatklasse IV of een gebouw in overdruk moet extra aandacht besteed worden aan de afwerking van de naden.

In de uitzonderlijke gevallen waarin condensatievocht niet kan vermeden worden, kan de afvoer van condensatievocht via de golfplaten overwogen worden, mits rekening te houden met de vereiste voegendichtheid van het dak.

 

 

1. Golfplaat
2. Waterdichte, rekbare tape
3. EUROTHANE
4. Randafwerking type "W"
5. Stoeltjesprofiel
6. Gording

Eventueel afdruipend condensatievocht wordt afgevoerd via de isolatieplaat.

De randafwerking, type ‘W’ in combinatie met het bijhorend stoeltjesprofiel en bovenaan afgedicht met een waterdichte, rekbare tape verzekert een doorlopend isolatieschild.

Onder metaalplaten

 Deze opbouw geeft extra zekerheid bij het gebruik van metalen dakplaten.
Voor de plaatsing van de metaalplaten wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant.

Rekening houdend met het fenomeen ‘onderkoeling’ van de staalplaten, is de kans op condensatie groter dan bij golfplaten. Het is dus noodzakelijk extra aandacht te besteden aan de afvoer van het condenswater.

Indien de metaalplaten rechtstreeks op de isolatieplaten gelegd worden, zou het contactoppervlak veel te groot en de warmtebelasting veel te hevig zijn.

De beschreven opbouw houdt rekening met deze aandachtspunten.

De randafwerking van type ‘W’ in combinatie met het bijhorend stoeltjesprofiel en bovenaan afgedicht met een waterdichte, rekbare tape, verzekert een doorlopend isolatieschild.

 

 

1. Metaalplaat
2. Dwarslat 55 x 70 mm
3. Tengellat 22 x 68 mm
4. Waterdichte, rekbare tape
5. EUROTHANE
6. Randafwerking type "W"
7. Stoeltjesprofiel
8. Gording

Bovenop deze tape wordt van nok tot goot een houten tengellat bevestigd die het geheel extra inklemt en tevens de afvoer van condenswater mogelijk maakt.

Haaks op deze latten worden dwarslatten gemonteerd die dienen als drager voor de metalen dakplaten. Door dit latwerk wordt elk rechtstreeks thermisch kontakt met de isolatie vermeden.

Een dakopbouw met metaalplaten is door zijn gesloten karakter gevoeliger voor windbelastingen. De afmetingen van het latwerk en de bevestigingen moeten dan ook grondig bestudeerd worden.

Product              Dupanel
                             Powerline
Bestektekst      Isolatie boven draagstructuur met Dupanel
                             Isolatie boven de draagstructuur met Powerline

 

Print Send to friend