Spouwmuur

Terug naar overzicht

1. ALGEMEEN 

2. HET AANBRENGEN VAN MUURISOLATIE 

3. VOORDELEN VAN HARDE PLATEN T.O.V. ZACHTE PLATEN 

4. PLAATSING 

5. AFPLAKKEN 

6. VERANKERING ISOLATIE 

7. INWENDIGE CONDENSATIE 

8. BEREKENEN VAN DE U-WAARDE VOOR SPOUWMUREN IN BELGIË 


 
1. ALGEMEEN

Het principe van elke spouwmuur ziet er (regionale verschillen in muurdiktes en spouwbreedtes buiten beschouwing gelaten) als volgt uit:
1. Buitenspouwblad in halfsteens metselwerk
2. Spouw
3. Binnenspouwblad in halfsteens of steens metselwerk
4. Binnenbepleistering

De functie van een spouwmuur is het verhinderen van elke wateroverdracht naar het binnen­spouwblad.
Algemeen kan gesteld worden dat:
buitenspouwblad = regenscherm
spouw = capillaire snede
binnenspouwblad + pleister = luchtdichtheid

Er moet rekening gehouden worden met het feit dat, bij slagregen, na kortere of langere tijd (naargelang de capillariteit van de steen) er aan de spouwzijde minder of meer water van het buitenspouwblad afloopt. Dit water moet ter hoogte van de spouwsluitingen naar buiten worden afgevoerd.
Er kan geen sluitende garantie qua regendichtheid gegeven worden indien:
- het binnenspouwblad sterk luchtdoorlatend is (vb. schoon metselwerk)
- het buitenspouwblad uit niet-capillaire stenen is opgetrokken
- de spouw (te) smal is

De spouw kan wel of niet extra geventileerd worden. Men spreekt van extra ventilatie zodra onder en boven één of meer stootvoegen per lopende meter opengelaten worden.
Tijdens de opbouw worden binnen- en buitenspouwblad onderling verbonden met spouwankers.

Wij verwijzen naar het BUtgb-informatieblad “Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk” voor een uitvoerige omschrijving van de Bouwkundige ontwerp- en uitvoeringsprincipes.


2. HET AANBRENGEN VAN MUURISOLATIE


• Volle spouwmuur

Spouw wordt volledig opgevuld met isolatie.

Voordeel:
- plaatsing is minder kritisch
- geen kans op convectiestromen

Nadeel:
- isolatie is in direct contact met het vochtig buitenspouwblad
- bepaalde isolatieproducten worden langzaam vochtig
- negatieve invloed op het isolerend vermogen
- buitenspouwblad kan enkel opdrogen via zijn buitenzijde
- buitenspouwblad mag noch geverfd, noch opgebouwd zijn uit dampdichte materialen

Af te raden bij:
- sterk blootgestelde gevels (gevels hoger dan 25 meter)
- gevels van gebouwen in de kuststreek hoger dan 8 meter
- alle gevels van gebouwen gelegen langs het strand
- bij sterk dampremmende gevels vb gevels afgewerkt met dampremmende verven of bij gebruik van geglazuurde gevelstenen.


• Gedeeltelijke spouwvulling

Spouw wordt niet volledig opgevuld met thermische isolatie.

 

Voordeel:
- isolatie is nooit in kontakt met het buitenspouwblad
- bij inwendige condensatie treedt deze op aan de binnenzijde van het buitenspouwblad
- isolatie komt nooit in kontakt met dit condenswater
- buitenspouwblad kan sneller opdrogen, ten gevolge van de geventileerde spouw
- gevel mag geverfd worden of uit een dampdichte steen bestaan

 

Nadeel:
- uitvoering vraagt meer aandacht (vakmanschap)
- kans op convectiestromen bij slechte plaatsing

 

Kortom:
er wordt een perfecte isolatie gerealiseerd met behoud van alle spouwmuurfuncties.

 

 

Isolatie, gedeeltelijke spouwvulling

 

 

Isolatie, gedeeltelijke spouwvulling

 

1. EUROWALL
2. Binnenspouwblad
3. Binnenpleister
4. Waterkerende laag
5. Betonnen afdeklaag
6. EUROFLOOR
7. Betonvloer
8. Isolerende bouwsteen
9. Buitenspouwblaad
10. Open stootvoeg
11. Isolatieclip
12. Spouwanker
13. Luchtspouw
14. Uitzetstrip / vloer


3. VOORDELEN VAN HARDE PLATEN T.O.V. ZACHTE PLATEN

- geen verzakkingen mogelijk onder invloed van zwaartekracht en het nat worden van de isolatieplaten
- gemakkelijk verwerkbaar, perfecte aaneensluitingen
- geen irriterende vezels
- overal dezelfde dikte van isolatie (bij zachte platen komen er indrukkingen ter hoogte van de spouwankers voor)

EUROWALL EPB-woning 2010 (1) Lage energiewoning Passiefhuis (2)
Vlaanderen 60 mm 82-150 mm 160-200 mm
Brussel 60 mm 82-150 mm 160-200 mm
Wallonië 60 mm 82-150 mm 160-200 mm

 (1) Vanaf 2010 zijn de minimale diktes afhankelijk van de gebruikte isolatiepluggen en ankers.
(2) Dikte te bepalen volgens PHPP berekening


4. PLAATSING

In overeenstemming met NBN B24-401 ‘uitvoering van metselwerk’, wordt aangeraden eerst het binnenspouwblad op te trekken zodat mortelresten of -baarden verwijderd kunnen worden.

 

De Eurowall-platen goed aaneengesloten tegen het binnenspouwblad aanbrengen (zie verder ‘verankering’). Desnoods wordt de wand afgeborsteld vooraleer de Eurowall platen worden aangebracht.

 

Eurowall mag op alle ondergronden geplaatst worden: baksteen, kalkzandsteen, beton, cellenbeton,....

 

Er dient een vrije en ononderbroken luchtspouw van minstens 30 mm op plan te zijn, om in de praktijk een effectieve spouw van 10 tot 20 mm over te houden, rekening houdend met toleranties op materialen en plaatsing.

 

De Eurowall-platen worden met de blinkende zijde in de richting van de luchtspouw geplaatst en met de tand naar boven gericht. De matte kant wordt tegen het binnen­spouwblad geplaatst. De matte kant is alkali­bestendig.

 

De Eurowall-platen kunnen zowel één- als tweelaags geplaatst worden. Tweelaags werken biedt het voordeel dat de naden van de eerste laag afgedekt worden.

 

De platen worden steeds verspringend geplaatst, zowel verticaal als horizontaal. Ook in de hoeken worden ze schrankend geplaatst.

 

 

 

Isolatie plaatsing

 

1. Beglazing
2. Raam
3. Latei
4. EUROWALL
5. Binnenspouwblad
6. Bepleistering
7. Voegdichting
8. Metalen hoekprofiel
9. Open stootvoeg
10. Buitenspouwblad
11. Waterkerende laag
12. Deur- of vensterkader

 

 

 
5. AFPLAKKEN

Om de winddichtheid te optimaliseren kunnen de naden afgeplakt worden met Rectitape. Het afplakken van de naden is echter geen verplichting, maar is optioneel toe te passen. Bij het aanbrengen van Rectitape wordt de volledige strook zeer goed aangedrukt door gebruik te maken van een spatel.
Ook bij tweelaags geplaatste Eurowall-platen mogen de naden afgeplakt worden om de winddichtheid te optimaliseren.


6. VERANKERING ISOLATIE

Eurowall wordt steeds mechanisch verankerd met een minimum van 5 bevestigingen per m² of 3 bevestigingen per Eurowall-plaat.

De verankering kan gebeuren op twee manieren:

1. Spouwankers worden in de binnenmuur ingemetseld. Daarna worden de Eurowall-platen erover geschoven en vastgeklemd dmv. isolatieklemmen. Eventuele openingen worden opgespoten met PUR-schuim. Op vele werven wordt deze manier van werken nog steeds toegepast.

2. Thermisch verbeterd spouwanker (bv. Combifix van Borgh)
Pas na het plaatsen van de Eurowall plaat worden de kunststof isolatiepluggen en spouw­ankers bevestigd. De isolatiepluggen zijn uit kunststof en daarin wordt het spouwanker vastgezet. Op die manier wordt het spouwanker volledig omhuld door kunststof zodat het beter isoleert dan een traditioneel spouwanker.Isolatie verankering

Van toepassing voor isolatiediktes tot 200 mm.

Voordelen:
1. Beperkte puntkoudebrug dmv. kunststofplug
2. Geen openingen rond het spouwanker
3. Mogelijk voor isolatiediktes tot 200mm
4. Goede plaatsing verzekerd
5. Zeer praktisch in uitvoering
6. Veilig

MONTAGE

Isolatie montage combifix

Boren met diameter 8 mm. Plaatsen van
de isolatieplug. Isolatie is nu windvast gefixeerd
Plaatsen van het spouwanker in de plug tot aan de weerstand. Inslaan van het spouwanker d.m.v. het slagpijpje tot aan de schotel. Eventueel omplooien van het spouwanker.

Diverse systemen beschikbaar in de markt o.a.:
- COMBIFIX van Borgh
- ISOLFIX van Moerman


7. INWENDIGE CONDENSATIE

Bij gedeeltelijke spouwvulling treedt de inwendige condensatie altijd op aan de binnenzijde van het buitenspouwblad en NOOIT in de isolatie.

Overigens tonen rekenresultaten aan dat er in onderstaande gebouwen geen rekening hoeft gehouden te worden met inwendige condensatie bij een spouwmuur:
- Woningen, sociale woningen
- Appartementen
- Verzorgingstehuizen
- Laag geklimatiseerde kantoren t.t.z. R.V. ≤ 60%.

De spouwisolatie heeft geen invloed op een te hoge relatieve vochtigheid.

Volgens Prof. HENS van de Koninklijke Universiteit Leuven is het ademen van muren geen alternatief voor het ventileren (uittreksel uit het rapport gepubliceerd door FECHIPLAST).

Een dampopen isolatiemateriaal is niet beter en een dampdicht materiaal is niet slechter.
Goed ventileren is als dampafvoermiddel veel efficiënter dan het ademen van muren.


8. BEREKENEN VAN DE U-WAARDE VOOR SPOUWMUREN IN BELGIË

Rtot= Rsi + R1 + R2 +…. + Risol + …. + Rse

Uc = 1/Rt + ∆Ucor + ∆Ug + ∆Uf

Waarbij:

∆Ucor   = correctieterm voor maat en plaatsing

∆Ug      = correctieterm voor luchtspleten en holten
                 Omdat Eurowall over een tand -en groefsysteem beschikt bedraagt deze correctieterm 0 W/m²K

∆Uf       = correctieterm voor mechanische bevestigingen

MATERIAAL   LAMBDA
EUROWALL POLYURETHAAN 0,023 W/mK
XPS Geëxtrudeerd polystyreen HCFK-vrij 0,034 W/mK
MW Minerale wol 0,035 W/mK
CG Cellenglas 0,040 W/mK
CB Cellenbeton 0,250 W/mK

 

 VEREISTE ISOLATIEDIKTE (in mm) 

U (W/m2K) EUROWALL XPS MW CG
0,40 60 90 90 600
0,35 70 100 100 700
0,30 82 110 110 800
0,25 100 140 140 1000
0,20 120 180 180 1300
0,15 164 240 240 1700

 Bovenvermelde diktes zijn richtinggevend, maar kunnen variëren afhankelijk van de opbouw.

Product           Eurowall
Bestektekst   Isoleren van spouwmuren

Print Send to friend