Plat dak
Algemeen
Basisprincipes dakopbouw met Eurothane en Powerdeck
Eurothane/Powerdeck toepassingen in het platte dak met bitumen of kunststofdakdichting
De EUROTHANE en POWERDECK isolatieplaten lenen zich uitstekend voor het thermisch isoleren van platte daken met diverse ondergronden: beton, staal, hout.
Deze "harde" isolatieplaten worden gekozen als dakisolatie vooral om redenen van:
• het hoge isolatie vermogen - lambdaD (λD) - varieert tussen 0,023 W/mK en 0,028 W/mK naargelang het gekozen product.
• de uitstekende vormvastheid
• de goede beloopbaarheid
• een hoge weerstand tegen windbelastingen
• het lichte gewicht
• een goede verwerkbaarheid
• de compatibiliteit met de diverse dichtingmembranen
• de maatvoering van de panelen
• het uitstekend brandgedrag (Powerdeck)
EUROTHANE en POWERDECK isolatiepanelen zijn steeds aan beide zijden voorzien van een bekleding waarvan de natuur en de eigenschappen variëren in functie van de toepassing.
Een passende keuze van het EUROTHANE of POWERDECK isolatiepaneel (bekleding) maakt het gebruik van scheidingslagen in bepaalde daksystemen overbodig. Verder kunnen er ook grotere plaatafmetingen gebruikt worden.
EUROTHANE en POWERDECK panelen worden gemerkt. De plaatsingsvoorschriften - ingesloten in de verpakking - geven de leginstructies van het isolatiepaneel duidelijk aan.
In de regel worden voor daktoepassingen:
• waar de isolatie gekleefd wordt op het draagvlak (dampscherm), of losliggend geballast, alleen klein formaat platen 1200 mm x 600 mm gebruikt;
• bij mechanische bevestiging van de isolatie afmetingen van 1200 mm x 1000 mm of 1200 mm x 2500 mm gebruikt.
BASISPRINCIPES DAKOPBOUW MET EUROTHANE EN POWERDECK
EUROTHANE en POWERDECK dakisolatieplaten worden uitsluitend toegepast in platte daken van het "warme" type.
De algemene richtlijnen welke van toepassing zijn, zijn vervat in de Technische Voorlichting 215 "HET PLATTE DAK" - uitgave maart 2000 van het WTCB.
Meer specifieke regels zijn opgenomen in de diverse EUROTHANE en POWERDECK Technische Goedkeuringen ATG 1575, ATG 2262, CTG-258 en CTG-077.
De dikte van de toe te passen EUROTHANE en POWERDECK isolatieplaten is afhankelijk van de beoogde energiebesparing en het te bereiken thermisch comfort, maar ook om oppervlaktecondensatie te vermijden is een minimale isolatie dikte nodig.
Volgens de huidige reglementering zal daarom voor daken de U-waarde maximaal 0.3 W/m2K bedragen bij zowel nieuwbouw als renovatie. Uit oogpunt van energiebesparing is echter een streefwaarde van U < 0.2 W/m2K meer dan wenselijk.
Inwendige condensatie, dit is het omzetten van waterdamp in water ergens in de dakconstructie, kan ook bij warm dakconstructies tot problemen leiden.
Recticel kan u - op eenvoudige aanvraag - een condensatieberekening aanbieden.
Indien op basis van deze bouwfysische berekeningen blijkt dat een accumulatie van condensatievocht in de dakconstructie ontstaat of dat de hoeveelheid condensatie ontoelaatbaar groot wordt, zal een correct aangebracht dampscherm in de dakconstructie aan de 's winters warme zijde van de thermische isolatie een oplossing bieden.
Verschillende factoren bepalen de noodzaak van een dampscherm, namelijk :
• de binnenklimaatklasse
• de dakvloer
• de aard van het isolatiemateriaal
Samengevat op basis van de richtlijnen vervat in de nota 215 "Het platte dak" en jarenlange praktijkervaring van Recticel, zijn de volgende keuzes dampschermen mogelijk in combinatie met Eurothane en Powerdeck isolatiepanelen:
| DRAAGCONSTRUCTIE OF AFSCHOTLAAG | BINNENKLIMAATKLASSE | |||
| I | II | III | IV | |
| Ter plaatse gestort beton Prefab-elementen van beton (1) |
E3 | E3 | E3 | E4 |
| Vochtbestendige beplanking of van hout afgeleide platen | (2) | E2 (3) | E2 | E4 |
| Stalen plooiplaten (4) | - | E2 (3) | E2 | E4 |
Toelichting bij tabel:
(1) Bij renovatie van daken met luchtdichte dakvloer van droog beton wordt in de binnen klimaatklassen I, II en III geen dampscherm voorzien.
(2) Een dampscherm is niet nodig op voorwaarde dat de voegen tussen de platen luchtdicht afgewerkt worden met het bitumen dat eventueel gebruikt wordt voor de verlijming van de isolatieplaten. In de laatstgenoemde veronderstelling wordt de bebording bedekt met een laag P150/16. De voegen tussen de platen en de omtrekvoegen worden bedekt met stroken gebitumineerd gasvlies.
(3) Dampscherm mag eventueel weggelaten worden indien platen gecacheerd zijn met een dampremmende bekleding en voorzien zijn van sponning op de vier zijden.
(4) De luchtdichtheid van de naad tussen de plooiplaten en de dakrand moet verzekerd zijn. Dampschermen van klasse E4 worden op een doorlopende ondergrond geplaatst en mogen niet geperforeerd worden.
Overzicht van courante materialen voor dampschermen en hun overlappingen:
| KLASSE + (μd)eq (*) |
MATERIAAL | OPMERKING |
| E1 (> 2 tot < 5 m) |
PE-folie (dikte = 0,2 mm) met overlappingen van min. 100 mm. Ook bruikbaar: alle materialen van de klassen 2, 3 en 4 |
Een kleeflaag, zelfs op een doorlopende ondergrond, mag niet als een volwaardig dampscherm beschouwd worden |
| E2 (> 5 tot < 25 m) |
- Folies van PE (dikte > 0,2 mm) en aluminiumlaminaten Ook bruikbaar: alle materialen van de klassen 3 en 4. |
Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen gekleefd of gevlamlast worden. |
| E3 (> 25 tot < 200 m) |
- Gewapend bitumen V3, V4, P3 of P4. Ook bruikbaar: alle materialen van klasse 4. |
Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen gekleefd of gevlamlast worden. |
| E4 (> 200 m) |
- Gewapend bitumina met metaalfolies (ALU 3) - Meerlaagse dampschermen van polymeerbitumen (> 8 mm) |
Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen gekleefd of gevlamlast worden. Dampschermklasse E4 vereist een uitvoering op een doorlopende drager. Perforaties (bv. door de schroeven van de mechanische bevestigingen) zijn niet toegelaten. |
(*) (μd)eq is de equivalente dampdiffusiedikte en bepaalt de dampremmende eigenschap van een (dampscherm)laag.
[(μd)eq = 1 m] komt overeen met een laag stilstaande lucht van 1 m.
(μd)eq > 200 m: ”absoluut” dampscherm.
EUROTHANE / POWERDECK TOEPASSINGEN IN HET PLATTE DAK MET BITUMEN OF KUNSTSTOFDAKDICHTING
Onderstaande tabel toont aan welk type plaat de voorkeur heeft van de fabrikant in functie van de ondergrond enerzijds en wijze van bevestiging van dakdichting anderzijds.
| ONDERGROND | ||||
| Beton | Staalprofielplaat | Hout | ||
| Wijze van aanbrengen dakdichting | dichtingslaag partieel kleven volgens de gietmethode | Bi3 | Powerdeck F | Powedeck F |
| bitumineuze dichtingslaag partieel kleven volgens de vlamlasmethode | Bi3 | Powerdeck B | Powerdeck B | |
| bitumineuze dichtingslaag volvlakkig kleven met koudlijm | Bi3 | Powerdeck F | Powerdeck F | |
| Kunststof dichtingslaag volvlakkig kleven met koudlijm | Bi3 | Powerdeck F | Powerdeck F | |
| zelfklevende dichtingslaag | Bi3 | Powerdeck F | Powerdeck F | |
| losliggende bitumineuze dichtingslaag met ballastlaag | Bi3 | / | / | |
| losliggende dichtingslaag met ballastlaag | Powerdeck | / | / | |
| dichtingslaag mechanisch bevestigd | / | Powerdeck | Powerdeck | |

